Internationale bescherming
Mensen die op de vlucht zijn voor geweld en conflicten, vervolging en schendingen van mensenrechten in eigen land, kunnen in een ander land bescherming vragen. We spreken in dat kader van verzoekers om internationale bescherming, waarbij je een onderscheid kan maken tussen:
- Erkenning als vluchteling
- Subsidiare bescherming
De definitie van een vluchteling werd vastgelegd in het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties:

Een vluchteling is iemand die een ‘gegronde vrees’ heeft voor vervolging op grond van ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep, en die in het herkomstland geen bescherming krijgt tegen deze vervolging.
Zo’n 150 staten, waaronder alle landen van de Europese Unie, hebben zich bij dit verdrag aangesloten. Zij zijn gebonden aan de bepalingen van dit verdrag en mogen vluchtelingen en verzoekers om internationale bescherming niet terugsturen naar een land waar ze gevaar lopen.
Het statuut van subsidiaire bescherming bestaat enkel in Europa. Het werd ingevoerd door de Europese Unie voor mensen die niet in aanmerking komen voor het vluchtelingenstatuut maar die aantonen een reëel risico te lopen op ernstige schade in geval van terugkeer naar hun land van herkomst, bijvoorbeeld omwille van een gewapend conflict.
