VERDIEPING: Rechten
De jongeren kunnen aanspraak maken op volgende rechten
- Recht op verblijfopstarten van een verblijfsprocedure (en later gezinshereniging)
- Recht op opvang
- Recht op medische zorg en mutualiteit
- Recht op een Groeipakket (onder bepaalde voorwaarden)
- Recht op een advocaat (pro deo bijstand)
- Recht op OCMW-steun (onder bepaalde voorwaarden)
- Recht op onderwijs
Hieronder gaan we dieper in op een paar van deze rechten.
Verblijfsrecht
Heeft een NBMV verblijfsrecht in België?
Een niet-begeleide minderjarige mag niet gedwongen worden om terug te keren.
Deze bescherming tegen gedwongen terugkeer is tijdelijk: als de jongere nog geen verblijfsrecht heeft en meerderjarig wordt, wordt hij of zij niet meer beschermd tegen een gedwongen terugkeer naar het land van herkomst.[1]
NBMV’s in België hebben verschillende verblijfsopties, afhankelijk van de reden waarvoor ze naar België gekomen zijn. Ze kunnen een verzoek om internationale bescherming indienen of een andere verblijfsprocedure opstarten, bijvoorbeeld een aanvraag tot humanitaire regularisatie of medische regularisatie.
Bij het kiezen van de meest geschikte verblijfsprocedure en de administratieve stappen hierin, worden NBMV’s ondersteund door hun voogd en een advocaat.[2]
Er bestaat voor deze jongeren (indien ze afkomstig zijn uit een niet-EU-land) ook een bijzondere verblijfsprocedure die als doel heeft een duurzame oplossing te bepalen. Voor de duurzame oplossing worden er in de Vreemdelingenwet drie opties opgesomd[3]:
– de minderjarige herenigen met de ouders in een land waar de ouders legaal verblijven;
– de minderjarige laten terugkeren naar het land van herkomst of een ander land op voorwaarde dat daar geschikte opvang is;
– de minderjarige in België laten blijven. In dat geval krijgt de minderjarige een tijdelijke verblijfsvergunning.
De voogd stelt de aanvraag op en dient deze in. De Dienst Vreemdelingenzaken onderzoekt op basis van een interview (verhoor) en meestal ook na verder onderzoek, waar de duurzame oplossing ligt voor de minderjarige.[4]
[1] Dienst Voogdij, Handboek voor voogden, BOEK 3, pg. 70 https://justitie.belgium.be/sites/default/files/downloads/Mena/BOEK%203.pdf
[2] Dienst Voogdij, Handboek voor voogden, BOEK 3, pg. 77 https://justitie.belgium.be/sites/default/files/downloads/Mena/BOEK%203.pdf
[3] Dienst Voogdij, Handboek voor voogden, BOEK 5, pg. 26 https://justitie.belgium.be/sites/default/files/downloads/Mena/BOEK%205.pdf
[4] Amnesty International, Les mineurs étrangers non accompagnés en Belgique, pg. 7.
Gezinshereniging?
Niet-begeleide minderjarigen die erkend worden als vluchteling of subsidiaire bescherming verkregen, kunnen een procedure opstarten voor gezinshereniging met hun ouders. Voor de jongere is gezinshereniging enorm belangrijk omdat hij/zij zo zijn/haar ouders uit een moeilijke situatie kan halen en terug de geborgenheid van het gezinsleven kan ervaren.
Maar tegelijk is dit vaak een heel stresserende periode. De aanvraagprocedure voor gezinshereniging is, zoals we al bespraken (zie VERDIEPING: andere statuten), complex en lang en vaak heeft het gezin de hulp van de jongere nodig om alle procedurele stappen in orde te brengen. Bovendien zijn er enorm veel kosten aan verbonden (vertaling en legalisering van documenten, aanvraag paspoort, medische controle, DNA-testen…).
Belang van gezinshereniging voor NBMV
Caritas International: Jonas Getry vertelt over de verantwoordelijkheden die NBMV hebben wanneer zij de collectieve opvangstructuur moeten verlaten en over het belang van gezinshereniging
Recht op opvang
Waar wonen niet-begeleide minderjarigen?
Niet-begeleide minderjarigen hebben recht op opvang. Fedasil, het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers, beheert en coördineert het Federale opvangnetwerk waar niet-begeleide minderjarigen kunnen worden opgevangen.[1]
Het federale opvangmodel voor niet-begeleide minderjarigen bestaat uit drie fasen.
1. Observatie (OOC)Hij of zij wordt eerst twee weken opgevangen in een Observatie- en Oriëntatiecentrum (deze termijn kan verlengd worden). De Dienst Voogdij zal in deze periode nagaan of de jongere wel degelijk niet-begeleid en minderjarig is. Ook worden zijn of haar kwetsbaarheden (zie ook verder) in kaart gebracht.
2. Stabilisatie (COLLECTIEVE OPVANG)Aan het eind van dit verblijf wordt hij of zij in principe naar de meest geschikte opvangstructuur doorverwezen. Het kan gaan om collectieve opvangstructuren van Fedasil of partners. In een collectieve opvangstructuur leven niet-begeleide minderjarigen in een afzonderlijke leefgroep, met een eigen team van begeleiders en opvoeders.[2] Er zijn ook collectieve opvangcentra exclusief voor NBMV’s.
3. Begeleide autonomie LOKAAL OPVANGINITIATIEFEnkel wanneer de jongere een officieel verblijfsrecht krijgt (bijvoorbeeld omdat hij of zij erkend wordt als vluchteling) en minstens 16 jaar oud is (of 15 jaar en voldoende autonoom), kan de jongere verhuizen naar een individuele opvangplaats in een derde fase. Dit is vaak een lokaal opvanginitiatief (LOI) beheerd door een OCMW of een woonst van een ngo (Ciré, Caritas International, Mentor Escale of Minor Ndako). De individuele opvangplaats is meestal een gemeubelde woning/studio/appartement waar de jongere meer vrijheid en autonomie krijgt, maar toch ook de nodige begeleiding. Ze wonen er alleen, of delen bijvoorbeeld een woonplaats of keuken.
Als de niet-begeleide minderjarige achttien wordt en er is nog geen beslissing over zijn verzoek, gaat hij naar een opvangstructuur voor volwassenen.[3] Als hij of zij achttien wordt en geen verblijfsvergunning meer bezit, moet hij het opvangnetwerk verlaten.
Niet-begeleide minderjarigen zijn echter niet verplicht om te verblijven in een opvangstructuur die Fedasil hen toewijst.[4] Zo kunnen ze doorheen hun traject ook opgevangen worden in voorzieningen binnen de jeugdhulp of in pleeggezinnen (zie module Voogd).
Sommige niet-begeleide minderjarigen verblijven bij mensen uit hun netwerk: (meerderjarige) familie, vrienden of kennissen. Zij kunnen ook pleeggezin worden voor de minderjarige en komen zo in aanmerking voor een vergoeding en ondersteuning van een pleegzorgbegeleider. Dit noemen we netwerkpleegzorg. Er zijn (jammer genoeg) ook NBMV’s die overleven in kraakpanden of op straat.
[1] Dienst Voogdij, Handboek voor voogden, BOEK 5, pg. 9 en verder https://justitie.belgium.be/sites/default/files/downloads/Mena/BOEK%205.pdf + Platform Kinderen op de vlucht https://www.kinderenopdevlucht.be/nl/dossiers-thematiques/nbmv/opvang/
[2] https://www.fedasil.be/nl/asiel-belgie/minderjarigen/niet-begeleide-minderjarige-vreemdelingen-nbmv
[3] https://www.fedasil.be/nl/asiel-belgie/minderjarigen/niet-begeleide-minderjarige-vreemdelingen-nbmv
[4] Dienst Voogdij, Handboek voor voogden, BOEK 5, pg. 9 https://justitie.belgium.be/sites/default/files/downloads/Mena/BOEK%205.pdf
